Toepassingsomstandigheden

Aaltjes zijn van origine bodemorganismen. Ze werken het best in een vochtige bodem. Aaltjes kunnen ook als bladtoepassing worden toegepast, maar bij droog en zonnig weer drogen ze uit en sterven af. Het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat de aaltjes tijdens het toepassen zich in een vochtige omgeving bevinden, zowel buiten als onder glas. Er zit echter wel een verschil in het toepassen van de aaltjes.

Onder glas

Zorg tijdens en tot zeker twee uur na de aaltjestoepassing altijd voor een vochtig klimaat. Voor bladtoepassingen is een bladnatperiode van 2 uur zonder afdruip belangrijk. Het beste tijdstip voor toepassen is de late namiddag of vroege avond. Er is dan geen instraling van de zon en de meeste insecten bewegen dan minder. De gemiddelde (bodem)temperatuur moet tussen 10 – 30°C zijn.

Buitenteelten en openbaar groen

Zorg altijd voor natte omstandigheden tijdens de toepassing van de aaltjes. Vooraf beregenen is bij buitenteelten belangrijk. Dit kan via beregening maar ook door gebruik te maken van een regenbui. Bij toepassing over het gewas, direct nabroezen met water om de aaltjes naar de toplaag te spoelen. Na de aaltjestoepassing de behandelde oppervlakte twee weken nathouden.

Bladnat

Benieuwd naar de beste toepassingstemperatuur?